De binnenstad en de stadswallen van Agde
De binnenstad is het oudste gedeelte van de stad. Uit de kadastrale kaarten blijkt dat er reeds in de oudheid, in de Ve eeuw voor Christus, een stedelijke structuur bestond. Al wandelend door de smalle straatjes valt de kenmerkende architectuur op van de woningen en herenhuizen die in de XVIe en XVIIe eeuw werden opgetrokken uit vulkanisch gesteente.
De stadswallen
De stadswallen werden in de XIIe en XIIIe eeuw gebouwd op overblijfselen uit de Griekse oudheid en zijn nog zichtbaar onderaan de Promenade. Op halve hoogte kan men nog een oud wapenschild met 4 golven waarnemen, dat dateert uit de tijd van de godsdienstoorlogen.
La glacière
Dit is de historische wieg van de stad. De wijk dankt haar naam aan een ijskelder en werd reeds van bij haar ontstaan omgeven door een vestingmuur. Ze herbergt een aantal overblijfselen uit de Griekse Oudheid en de Middeleeuwen. Vroeger was dit de wijk van de notabelen, en het huidige woongebied draagt nog steeds de sporen uit de XVe, XVIe en XVIIe eeuw.
Het Maison Consulaire
Gelegen aan de rand van de stad, op de hoek van de levendige winkelstraten Jean Roger, Louis Bages en Honoré Muratet. Het werd gebouwd in 1651 en vervolgens uitgebreid in de tweede helft van de XVIIIe eeuw. Het gebouw bestaat uit drie gevels en drie verdiepingen in Italiaanse Renaissancestijl, en is volledig vervaardigd van vulkanisch gesteente uit Agde. Binnen leidt een monumentale trap naar de trouwzaal (de vroegere zaal van de consuls), die in 1939 verfraaid werd door Spaanse kunstenaars die naar Agde gevlucht waren. Vroeger was dit het stadhuis van Agde, vandaag is het "Maison du c?ur de ville" er gehuisvest.
De fontein La Belle Agathoise
Deze fontein staat symbool voor het antieke Agathé en is vervaardigd van Carrarisch marmer, Afrikaans marmer en basalt.
Het standbeeld van de Kaper Terrisse
In het midden van de Promenade staat het borstbeeld van Claude Terrisse, dat in 1874 werd gemaakt als eerbetoon aan deze dappere kaper. Hij werd geboren in 1598 en voerde talrijke missies uit als kaper van koning Lodewijk de XIIIe en koning Lodewijk de XIVe alvorens verkozen te worden tot Consul van Agde. Bij zijn overlijden liet hij zijn fortuin na aan de armen. Sindsdien wordt hij beschouwd als weldoener van de stad.
|